| Aantekeningen |
- Wikipedia
Hoogleraar geneeskunde. Hij wordt soms verward met zijn bijna-naamgenoot Sibrandus Ezn. Stratingh (1785-1841), hoogleraar scheikunde en uitvinder.
Sibrandus Elzoo Stratingh was de zoon van Sibrandus Stratingh, hoogleraar natuur- en scheikunde, en Elsina Groenevelt Sibrandus jr. studeerde medicijnen in Groningen en promoveerde in 1798 op de dissertatie De ophthalmia neonatorum. Al snel begon hij een praktijk als behandelend arts. Van 1815 tot 1844 was Stratingh hoogleraar in o.a. pathologie. In zijn loopbaan was hij verder werkzaam in toezichtcommissies. In 1831 werd hij lid van een landelijke commissie ter bestrijding van de cholera in Nederland.
Stratingh was zijn hele leven meer een praktiserend medicus dan een spreker of een schrijver. Behalve zijn proefschrift publiceerde hij nauwelijks iets. Als spreker moet hij ook geen succes zijn geweest: zelfs de gebruikelijke oratie bij zijn afscheid als rector van de Groningse universiteit in 1827 werd door een plaatsvervanger (Gabinus de Wal) geschreven en uitgesproken.
Textsoure: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sibrandus_Elzoo_Stratingh (9-5-2019)
Van der Aa: Bibliografisch Woordenboek
STRATINGH (Sibrandus Elzoo), zoon van Sebaldus Stratingh, apotheker te Groningen en Elzena Groeneveld Bos, werd in 1774 geboren, studeerde te Groningen, werd in 1804 medicus academicus en in 1813 zijn leermeester Thuessink als professor vicarius toegevoegd. Na de herstelling onzes vaderlands, benoemde hem de souvereine vorst, 5 October 1814, tot buitengewoon hoogleeraar in de geneeskunde, en een jaar later werd hij tot gewoon hoogleeraar bevorderd. Ongeveer 25 jaren was hij bij opklimming lid, secretaris en eindelijk president van de commissie van Geneeskundig toevoorzigt; in 1828 maakte hij een deel uit der staatscommissie te 's Hertogenbosch, tot herziening der geneeskundige wetten, gehouden in 1831, van de commissie, te 's Hage, om middelen tot het tegengaan van de cholera vergaderd. De koning erkende zijne verdiensten door hem tot ridder van den Nederl. Leeuw te benoemen. Hij werd in 1844 emeritus en den 16 Junij 1846 overleed hij.
Zie Algem. Konst- en Letterb., 1846, D. II. bl. 2, 3; Gedenkb. d. Gron. Hooges., bl. 120, 121.
Textsource: http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/vdaa/#source=aa__001biog21_01.xml&page=402&view=imagePane (9-5-2019)
Nieuw Nederlands Bibliografisch Woordenboek
STRATINGH (Sibrandus Elzoo), geb. in 1774 te Groningen, overl. 16 Juni 1846 aldaar, was de zoon van Sibrandus Stratingh, hoogleeraar in de schei- en natuurkunde, en Elzena Groeneveld Bos. Hij studeerde in zijn geboorteplaats in de geneeskunde en promoveerde in 1798 op eene dissertatie De asphyxia neonatorum. Gevestigd te Groningen kreeg hij eene drukke praktijk en begon in 1804 zijne openbare loopbaan als medicus academicus, belast met de behandeling der pati in het Nosocomium, en op 30 Mrt. 1813 werd hij benoemd tot professor vicarius en toegevoegd aan den hoogleeraar Thomassen a Thuessink, 15 Apr. d.a.v. werd hij als zoodanig geinstalleerd. 5 Oct. 1814 volgde zijne benoemingtot buitengewoon en 16 Oct. 1915 tot gewoon hoog, leeraar om onderwijs te geven in de pathologie therapie, materies medica en de kliniek in het ziekenhuis. Bij geen dezer gelegenheden hield hij eene redevoering en evenmin in 1827 toen hij aftrad als rector magnificus; eene ongesteldheid verhinderde hem aan die verplichting te voldoen. Gedurende 25 jaar was hij werkzaam in de provinciale commissie voor geneesk. onderzoek en toevoorzicht, successievelijk als gewoon lid, secretaris en voorzitter. Het Groningsch genootschap tot bevordering der natuurkundige wetenschappen telde hem onder zijn leden. In 1828 werd hij benoemd tot lid van de Staatscommissie te 's Hertogenbosch, belast met de herziening der geneeskundige wetten, en in 1831 tot lid van de commissie voor bestrijding van de cholera, die te 's Gravenhage zitting hield. In 1844 kreeg hij zijn emeritaat bij het bereiken van den 70-jarigen leeftijd.
Een enkel geschrift verscheen er van hem t.w. Groningen als woonplaats beschouwd. Eene bijdrage tot de geneeskundige beschrijving van deze stad. (Gron. 1858); Bijdrage tot de statistiek der sterfte in de stad Groningen (Gron. 1858).
Zie over hem: Alg. Konst- en Letterbode 1846, II, 2.
Simon Thomas
Textsource: http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=4&page=648&accessor=accessor_index&view=imagePane&size=1219 (9-5-2019)
|