| Aantekeningen |
- Wikipedia
Hoogleraar scheikunde en uitvinder.
Stratingh werd geboren in het Groningse Adorp, waar zijn vader Everhardus Stratingh predikant was. Hij groeide echter op bij zijn oom Laurens Stratingh die apotheker in Groningen was en ging hier naar de Latijnse school. Op 13-jarige leeftijd begon hij met studeren op de Groningse universiteit, destijds Academie geheten. In 1801 richtte hij samen met zijn vriend Theodorus van Swinderen het ter bevordering der natuurkundige wetenschappen te Groningen op. Uiteindelijk werd hij in 1824 hoogleraar (algemene, toegepaste en farmaceutische) scheikunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen.
In zijn leven heeft hij een aantal uitvindingen gedaan, onder andere met voortbeweging. Waarschijnlijk was Stratingh de eerste die in Nederland een voertuig met een motor (stoom in dit geval) bestuurde. Dit gebeurde al op 22 maart 1834, toen hij en zijn assistent, de Duitse instrumentmaker Christopher Becker de eerste "autorit" door de straten van Groningen maakten. Op 3 november 1835 maakte hij een tweede rit, van Groningen naar De Punt (een afstand van zo'n 20 kilometer). Kennelijk verliep de tocht zonder problemen. Een aantal nieuwsberichten getuigen van deze avonturen. Stratingh kreeg van de toenmalige koning Willem I een aanmoedigingspremie van 600 gulden. De koning wenste op de hoogte gehouden te worden van de uitvindingen van Stratingh en bracht hem in 1837 een bezoek.
Later zou Stratingh ook een elektrovoertuigje bouwen, dat bewaard is gebleven. Waarschijnlijk is dit het eerste elektrisch aangedreven voertuig ter wereld. Stratingh stierf plots op 56-jarige leeftijd.
Sibrandus Stratingh was een oom van Gozewinus Acker Stratingh. Hij trouwde op 11 juli 1832 te Groningen met Rika van Eerde, dochter van de hoogleraar Jan Rudolf van Eerde.
Werken
Specimen medicum inaugurale, exhibens observationem de haematemesi (Groningen 1809).
Scheikundige verhandeling over eenige verbindingen van den phosphorus: voorgelezen in het natuur- en scheikundig genootschap (Groningen 1809).
Scheikundig handboek voor essayeurs, goud- en zilversmeden (Groningen 1821).
Chemisches Handbuch f Probirer, Gold- und Silberarbeiter (vert. in het Duits: J.H. Schultes; Augsburg 1823).
Scheikundige verhandeling over de cinchonine en quinine, bevattende eene opgaaf van derzelver verschillende bereidingen, eigenschappen, verbindinge en geneeskundige vermogens (Groningen 1822).
Scheikundige verhandeling over de morphine, en andere hoofdbestanddeelen des opiums, bevattende eene opgaaf van derzelver geschiedenis, verschillende bereidingen, eigenschappen, verbindingen en geneeskundige vermogens, in verband met de bereidingen en eigenschappen der inlandsche opium-soorten (Groningen 1823).
Redevoering ter plegtige nagedachtenis van wijlen den hoogleraar J.A. Uilkens (Groningen 1825).
De chlorineverbindingen, beschouwd in hare scheikundige, fabrijkmatige, genees- en huishoudkundige betrekkingen (Groningen 1827).
die Bereitung die Verbindungen und die Anwendung des Chlors in chemischer, medicinischer, und technischer hinsicht (vertaling in het Duits: C.J. Kaiser; Ilmenau 1829).
Beknopt overzicht over de leer der stochiometrie, dienstbaar gemaakt ter verklaring en aanwending van stochiometrische beweegbare cirkels (Groningen 1827).
Sibrandi Stratingh Oratio de chemiae recentioris incrementis atque praestantia (inaugurele rede; Groningen 1825)
Sibrandi Stratingh Oratio de continua et admiranda rerum metamorphosi chemica (rectorale rede; Groningen 1832).
Verzameling van eenige losse stukken, uitgegeven of in verschillende maandwerken meegedeeld (2 dln.; 1806-1839).
Textsource: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sibrandus_Stratingh (9-5-2019)
RIjksuniversiteit Groningen
Sibrandus Stratingh werd in 1785 geboren in Adorp, waar zijn vader predikant was. Hij groeide echter op bij zijn oom die apotheker in Groningen was en ging daar naar de Latijnse school.
Hij was nog geen veertien jaar oud toen hij ging studeren aan de Academie te Groningen. Hij volgde er colleges met de bedoeling dat hij later zijn oom als apotheker zou opvolgen. Aangezien hij ook grote belangstelling had voor andere wetenschappen, zoals scheikunde en natuurkunde, volgde hij ook bij andere hoogleraren college.
In 1801 richtte hij samen met zijn vriend Theodorus Van Swinderen het 'Genootschap ter bevordering der natuurkundige wetenschappen te Groningen' op en in 1824 werd hij benoemd tot hoogleraar in de algemene, toegepaste en pharmaceutische scheikunde.
Tijdens zijn hoogleraarschap heeft Stratingh baanbrekend werk verricht op het gebied van de voortbeweging. Zo experimenteerde hij met een eigen ontworpen stoomrijtuig, waarmee hij een proefrit maakte door de straten van Groningen. In de Provinciale Groninger Courant van 25 maart 1834 stond te lezen:
Heden 22 maart in den vroegen morgen is de eerste voorlopige proefvaart genomen met een door de Heeren Stratingh en Becker ondernomen en vervaardigd stoomrijtuig, hetwelk eenen tocht door de stad over hellende en dalende straten en over bogen heeft afgelegd, welke tocht met zulk eenen aanvankelijk goeden uitslag is bekroond geworden, dat men zich vleit, dat, bij verder afwerking en voleindiging van dit werktuig, zoodanig rijtuig niet alleen bruikbaar zal zijn over nieuwe steen- en rotswegen, maar ook zelfs den stoot er meer oneffene keisteenwegen zal kunnen verduren[...]
Zelfs Koning Willem I toonde zich geinteresseerd en wilde op de hoogte gehouden worden van de Stratingh's experimenten. Stratingh stuurde hem daarom uitgebreide rapporten over zijn bevindingen met het stoomrijtuig.
In 1837 bracht Willem I tijdens een tweedaags verblijf in Groningen een bezoek aan Stratingh's laboratorium achter diens huis aan de Ossemarkt 5.
Elektromagnetisch wagentje
Naast stoomvoertuigen hield Stratingh zich ook intensief bezig met elektromagnetisme. Voortbouwend op de natuurkundige principes van de Engelsman Michael Faraday construeerde Stratingh samen met zijn instrumentmaker Becker een elektromagnetisch wagentje, dat als voorloper van de elektrische auto kan worden beschouwd.
Stratingh heeft zijn proeven met elektromagnetische voertuigen helaas niet voort kunnen zetten, want op 15 februari 1841 stierf hij. De Groninger universiteit was met zijn overlijden een belangrijk geleerde kwijtgeraakt, die zowel nationaal als internationaal bekendheid genoot.
Textsource: https://www.rug.nl/society-business/university-museum/prominent-professors/stratingh (9-5-2019)
Van der Aa: Biografisch Woordenboek
STRATINGH (Sebaldus), de tweede der 13 kinderen van Ev. Stratingh pred. te Adorp en Margaretha Cleveringa, werd reeds als knaap aan de zorg van zijn oom, den apotheker L. Stratingh te Groningen, toevertrouwd. Hij bezocht aldaar de Latijnsche school van 1792-1798, beoefende nog 5 jaar, ten huize van zijn oom, het vak van apotheker uit, en nam intusschen de collegi over de pharmacie van den hoogleeraar Driessen waar. In 1801 begon hij zijn akademischen loopbaan en erlangde in 1809 den doctoralen graad, na de verdediging eener Dissertatio exhibens observationes de Haematemisi. Een jaar te voren was hij, na afgelegd examen, als buitengewoon bekwaam tot apotheker bevorderd. Wegens zijne scheikundige bekwaamheden stelde het Fransche bestuur hem tot essayeur aan bij het bureau van waarborg te Groningen, welke post hij tot 1829 met eere bekleedde. Zijn naam als uitstekend chemicus was reeds gevestigd door een groot aantal verhandelingen over onderwerpen dit vak betreffende, toen aan zijne verdiensten eene regtmatige hulde werd gebragt door zijne bevordering tot math. mag. et philos. nat. doctor honoris-causa, vervolgens door de benoeming van hoogleeraar in de scheikunde ter zijner woonplaatse, welk ambt hij den 14 Januarij 1824 aanvaardde met eene oratie de Chemiae recentioris elementis et praestantia. Bij de overdragt van het in 1831-32 door hem bekleede rectoraat sprak hij de continua et admiranda rerum metamorphosi chemica. Tallooze verhandelingen in tijdschriften, door Holtrop vermeld, opgenomen, zoowel als eenige afzonderlijke werken, verbreidden zijn roem met iederen dag meer en meer, zoo in het buiten- als binnenland. Ongeveer 20 geleerde genootschappen vereerden hem het lidmaatschap, de koning schonk hem het ridderkruis van den Nederlandschen Leeuw en gaf hem in 1837 een persoonlijk bezoek in zijn chemisch laboratorium. Hij overleed den 15 Februarij 1841. Hij huwde 1 Geertje Glazonius 2 R. van Eerde. Beide huwelijken werden met kinderen gezegend.
Behalve een groote menigte verhandelingen en andere stukken in verschillende tijdschriften, alle door Holtrop vermeld gaf hij in het licht:
Scheikundige verhandeling over eenige verbinding van den Phosphorus. Gron. 1809.
Alexander te Groningen. Ald. 1819.
Scheikundig handboek voor Essayeurs, Goud- en Zilversmeden. Ald. 1821, ook in het Hgd. vert.
Scheikundige verhandeling over de Cinchonine en Quinine. Ald. 1823.
Scheikundige verhandeling over de Morphine en andere hoofdbestanddeelen der opiums. Ald. 1823.
Beknopt overzicht over de leer der Stochiometrie. Gron. 1827.
De Chlorine verbindingen beschouwd in hare scheikundige fabrykmatige genees- en huishoudkundige betrekkingen; beide in het Hgd. vert.
Zie De nagedachtenis van S. Stratingh Ezn., gevierd in het Genoots. ter bevordering der Natuurk. Wetens.; Gedenkb. van Groningen, bl. 136, 137.
Zie Konst. en Letterb. 1840, I. 131; Holtrop, Bibl. med. et Chir.; Nieuwenhuis; Verwoert; Kobus en de Rivecourt.
Textsource: http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/vdaa/#source=aa__001biog21_01.xml&page=402&view=imagePane (9-5-2019)
|