| Aantekeningen |
- Wegens klachten over de slechte handel en scheepvaart werd door de Staten overwogen of de z.g. havenpachten zouden kunnen worden afgeschaft. In plaats daarvan zou een jaarlijkse quotisatie op de huisgezinnen geheven worden. Om de opbrengst van deze quotisatie vooraf te kunnen beoordelen, werden ingevolge resolutie van 13 maart 1744 alle grietenijen en steden aangeschreven staten in te zenden. De Omschrijvinge van familin is mager aan gegevens, maar is wel compleet bewaard gebleven. Volgens deze bron telde Friesland destijds (zonder de eilanden) 135.133 inwoners. In de lijsten staan de namen der gezinshoofden, de gezinsgrootte (niet gespecificeerd) en het aangeboden bedrag. Mensen die niets aanboden werden onderscheiden in drie categorien: vermogend (wel in staat, maar onwillig), insolvent (niet in staat) respectievelijk gealimenteerd (bedeeld, armlastig).
|